Ons onderwijs is zo ingericht dat onze leerlingen straks zo zelfstandig mogelijk in de maatschappij kunnen functioneren. Door onze leerlingen veel ervaringen op te laten doen op cognitief, praktisch en sociaal-emotioneel gebied, kunnen zij zich verder ontwikkelen tot een zelfstandig individu. Wij zijn van mening dat onze leerlingen dit alles kunnen leren door zelf actief deel te nemen: ‘Leren moet je doen!’. De leerlingen leren hun eigen kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. De leerlingen worden uitgedaagd, op hun eigen niveau, door lessen en activiteiten in voor hen herkenbare situaties aan te bieden. De zelfstandigheid van de leerlingen wordt bevorderd, doordat ze om leren gaan met uitgestelde aandacht, zelf oplossingen bedenken en leren samenwerken. Hierdoor worden de kwaliteiten van de leerlingen gestimuleerd en ontwikkeld. Het lesprogramma wordt opgebouwd volgens het directe instructiemodel.

Herman Broerenschool Delft

De leerlingen binnen het SO volgen onderwijs volgens de kerndoelen van het ZML, die zijn aangepast volgens het wettelijk kader van het ministerie van OCW. Om bij het lesaanbod de juiste keuzes te maken gebruiken wij de leerlijnen voor het ZML van het Centrum Educatieve Dienst (CED).

Hiermee willen we een optimale ontplooiing van de leerlingen bewerkstelligen om ze voor te bereiden op een actieve deelname aan de maatschappij op de gebieden wonen, werken, burgerschap en vrije tijd.

Wij bereiken dit door in het SO veel aandacht te besteden aan:

  • Cognitieve vorming, zoals bijvoorbeeld bij de leerlijnen begrijpend lezen, mondelinge taal, geld rekenen, rekenen en schriftelijke taal.
  • Sociaal-emotionele vorming en creatieve vorming, zoals bijvoorbeeld bij de leerlijnen beeldende vorming, muziek en bewegen en dramatische vorming.
  • Motorische vorming, zoals bijvoorbeeld bij de leerlijnen motorische ontwikkeling, bewegingsonderwijs en zwemmen.

Herman Broerencollege Delft

Op het Herman Broerencollege worden leerlingen in fases voorbereid op hun toekomst, gericht op de vier pijlers werken, wonen, vrije tijd en burgerschap.

Brugklassen: 12 t/m 14 jaar

Voor onze leerlingen is het van belang dat wat zij leren voor hen betekenis heeft. Dit wordt gerealiseerd door de cognitieve vakken te geven binnen een thema en/of door deze te verbinden met situaties uit de dagelijkse praktijk. Zo oefenen leerlingen bijvoorbeeld met schriftelijke taal en rekenen door een boodschappenlijstje te maken en boodschappen te doen en af te rekenen. Uitgangspunt bij het lesaanbod is dat het de leerlingen voorbereidt op hun toekomst, gericht op wonen, werken, vrije tijd en burgerschap.

Praktijkgroepen: 14 t/m 16 jaar

De ontwikkeling van de leerling wordt nog meer verlegd naar het toekomstperspectief, gericht op werken en wonen. Het lesaanbod van de leerling is nog meer toegespitst op de vraag ‘wat heb jij nodig om je in de toekomst staande te houden in de maatschappij?’. De cognitieve ontwikkeling wordt met name ingezet in de contextuele setting (praktijk), voorbereiding op dagbesteding en/of arbeid. Het aanbod van de lessen verhoudt zich met de contextuele wereld van de leerling, gericht op wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. Bij leerlingen vanaf 15,5 jaar wordt een arbeidsinteressetest afgenomen. Op basis van het ontwikkelingsperspectief en de arbeidsinteressetest wordt het transitieplan opgesteld (16 jaar).

Eindgroepen: 16 tot uiterlijk 20 jaar

De ontwikkeling van de leerling is met name gericht op zijn toekomstperspectief, zoals in gezamenlijkheid beschreven in het transitieplan. De leerling en ouders zijn hierbij een belangrijke partner. De leerling werkt aan zijn/haar toekomstperspectief op het gebied van wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. De leerling volgt praktijkvakken passend bij zijn mogelijkheden voor de toekomst. Leerlingen werken daarnaast in groepen op niveau van de uitstroombestemming aan thema’s als stage, maatschappelijke ontwikkelingen, wonen en ICT en leren daarnaast van elkaar en van elkaars ervaringen.

Onderwijs-zorggroepen: 12 tot uiterlijk 20 jaar

De leerlingen in de onderwijs-zorggroepen werken volgens het vastgestelde EMB-beleid. De leerlingen werken volgens een vast dag- en weekritme met vaste begeleiding, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. In de onderwijs-zorggroepen zijn tevens zorgmedewerkers actief om de leerlingen extra te ondersteunen met vaardigheden op het gebied van Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL).

Het Herman Broerencollege geeft onderwijs op verschillende vakgebieden. De leerlingen binnen het VSO volgen onderwijs volgens de kerndoelen van het ZML, die zijn aangepast volgens het wettelijk kader van het ministerie van OCW. Om bij het lesaanbod de juiste keuzes te maken, gebruiken wij de leerlijnen voor het ZML van het Centrum Educatieve Dienst (CED). Zie hiervoor de website: www.leerlijnen.cedgroep.nl. Hiermee willen we een optimale ontplooiing van de leerling bewerkstelligen om hem/haar voor te bereiden op een actieve deelname aan de maatschappij en hem/haar uit te laten stromen naar een passende plek. Dat kan variëren van een betaalde baan tot een beschermde belevingsgerichte omgeving.

Het onderwijs op onze scholen is zo ingericht dat de leerlingen in de toekomst zo zelfstandig mogelijk in de maatschappij kunnen functioneren, gericht op wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. Wij werken planmatig en doelgericht met aandacht voor de verschillen tussen leerlingen en hun specifieke onderwijsbehoeften. Het uitgangspunt is om de mogelijkheden van de leerlingen optimaal te ontwikkelen en te vergroten. Dit bereiken wij onder andere door het werken met een ontwikkelingsperspectief en een leerlingvolgsysteem. In het leerlingvolgsysteem wordt de streefplanning gekoppeld aan de verwachte uitstroombestemming van de leerling.

Ontwikkelingsperspectief

Bij het ontwikkelingsperspectief van een leerling brengt de school in beeld wat ze met de leerling wil bereiken. Wij doen dat op basis van alle relevante gegevens waar wij over beschikken. De school maakt daarmee inzichtelijk welke doelen ze op lange en middellange termijn nastreeft en er wordt aangegeven op welk niveau we verwachten dat een leerling uitstroomt aan het einde van de SO-periode of de VSO-periode. Het ontwikkelingsperspectief is niet bedoeld om de ontwikkeling van een leerling te volgen, maar om het onderwijsaanbod voor een leerling zo te plannen dat een leerling zich optimaal ontwikkelt. De school heeft hoge verwachtingen van alle leerlingen en dit staat in verband met de te verwachten leeropbrengsten. Wij handelen hierbij vanuit onze missie en visie. Jaarlijks zal aan de hand van de leerlingenbespreking geëvalueerd worden of het ontwikkelingsperspectief aangescherpt moet worden, zodat doelgericht en planmatig onderwijs op maat gegeven kan worden. De evaluatie van het ontwikkelingsperspectief vindt twee keer per jaar plaats: één keer per jaar in een vast deskundig team bestaande uit ouders, leraar, intern begeleider, locatiedirecteur en GZ-psycholoog en aan het einde van het schooljaar door intern begeleider en leraar gericht op de uitstroombestemming en het profiel.

Indien een leerling nieuw op school komt, wordt het ontwikkelingsperspectief binnen 6 tot 8 weken na plaatsing opgesteld en besproken met de ouders.

Profielen

Elke leerling wordt aan de hand van het ontwikkelingsperspectief gekoppeld aan een profiel. Het profiel geeft de leerroute van de leerling weer. Het profiel geeft een duidelijk beeld van de doelen waar gedurende de schoolloopbaan aan gewerkt wordt. Een profiel verdeelt de minimaal te behalen doelen aan het einde van de schoolperiode in doelen over de onderwijsjaren. Het uitstroomprofiel wordt gebaseerd op de belangrijkste leergebieden (kerndoelen) van het onderwijs. Een overzicht van de belangrijkste leergebieden en een overzicht per profiel kunt u vinden in onze schoolgids en collegegids.

Rapportage

De leraar schrijft twee keer per jaar een rapport voor de leerlingen en bespreekt deze rapportage met de ouders op de daarvoor geplande rapportageavonden. In het rapport staan de ontwikkelingen en vorderingen van de leerling centraal. Hierbij wordt uitgegaan van het ontwikkelingsprofiel en de uitstroombestemming van de leerling. Indien nodig zal er vanuit andere disciplines, zoals logopedist of zorgbegeleider, een bijdrage worden geleverd.

Leerlingbespreking

Leerlingbesprekingen zorgen er mede voor dat de voortgang en continuïteit in de ontwikkeling van de leerling zoveel mogelijk worden vastgehouden. Iedere leerling wordt minimaal twee keer per jaar besproken met de leraar en de intern begeleider. Indien er rondom de leerling hulpvragen zijn, wordt dit besproken met de intern begeleider en waar nodig in de Commissie van Begeleiding. Wanneer een leerling wordt besproken in de Commissie van Begeleiding, worden ouders hierbij uitgenodigd.

In onze schoolgids en collegegids vind u nog meer informatie. Onder andere over de CITO-toetsen die wij gebruiken, het leerlingvolgsysteem, het portfolio en het transitieplan (alleen VSO).